
Plaza de Espana




 |
Bezienswaardigheden in Sevilla
De Catedral Santa María de la Sede ligt midden in de oude stad. De kathedraal werd gebouwd op de plaats van de moskee uit 1172, die op haar beurt weer op de fundamenten van een nog oudere kerk was neergezet. Van de moskee zijn alleen de Giralda, de in 1198 voltooide minaret en de Patio de los Naranjos overgebleven. Met de bouw werd in 1401 begonnen, een eeuw later was de kathedraal voltooid. Tot in de 19de eeuw zijn uitbreidingen toegevoegd. De kathedraal is een perfect voorbeeld van de Spaanse gotiek. Kenmerken daarvan zijn de enorme omvang en de plaatsing van het koor in het midden van de kerk. De binnenruimte is overweldigend: veertig enorme pilaren, die doen denken aan de stammen van woudreuzen, scheiden de vijf schepen van elkaar en dragen 69 gewelven.
Het Alcázar, of zoals de volledige naam luidt Reales Alcázares (de koninklijke paleizen), was de residentie van de Moorse vorsten van Sevilla. Het huidige paleis werd tussen 1350 en 1369 grondig herbouwd door Pedro I die het koninkrijk Castilië-en-León vanuit het Alcázar bestuurde. Het paleis wordt beschouwd als het mooiste voorbeeld van de mudéjarstijl, de bouwstijl die gebruik maakt van de Arabische decoratieve kunst, in Andalusië. Het bouwwerk oogt als een sprookjespaleis. Alle gangen en vertrekken zijn oogverblindend gedecoreerd met Moorse decoraties. Een gang leidt naar de Patio de las Doncellas, de binnenplaats. De Sala de Embajadores, de Zaal van de Ambassadeurs, brengt de bezoeker in een duizend-en-een-nachtsfeer.
Musea
Het Archeologisch Museum (Museo Archeologico) bezit voorwerpen uit de visigothische, Romeinse, Moorse en christelijke periode. Het Museum voor Schone Kunsten (Museo de Bellas Artes) herbergt een omvangrijke collectie van Spaanse schilderijen uit de 15de tot de 20ste eeuw waaronder werken van Murillo, Ribera, El Greco, Zurbarn en Valds Leal. Heel bijzonder is het Museo del Baile Flamenco dat geheel gewijd is aan de magische wereld van de flamenco.
Semana Santa
In de Semana Santa, de heilige week voor Pasen, wordt stilgestaan bij het lijden en de opstanding van Christus Vanaf de zondag voor Pasen tot eerste paasdag trekken 58 processies met honderd pasos en duizenden nazarenos door de stad. Een paso is een rijk versierd platform waarop een heiligenbeeld staat. Ze worden door costaleros (dragers) in een vloeiende cadans door de stad gedragen. Nazarenos zijn boetelingen die achter of voor de pasos lopen. Ze gaan gekleed in lange gewaden met puntmutsen en hebben kaarsen in de hand. Het hoogtepunt van de week ligt op donderdagnacht en vrijdagmorgen. Dan wordt La Macarena, het beeld van de patrones van de stad, door de straten gedragen en naar de kathedraal gebracht.
Feria de Abril
Tijdens de Feria de Abril tonen de sevillanos zich van hun beste en mooiste kant. De Feria wordt gehouden op een terrein in de wijk Remedios. Religieuze broederschappen, vakbonden, politieke partijen, verenigingen en Sevilla's jetset zetten daar lange rijen casetas (kleine paviljoens) neer. Vrijwel alle vrouwen dragen trajes de flamenca, lange en felgekleurde jurken bestaande uit diverse lagen. Mannen dragen zwarte of grijs-wit gestreepte pantalons, korte jasjes en vaak een rode band om het middel. Om één uur ’s middags raakt het Feriaterrein langzaam vol. De rest van de middag wordt er geflaneerd en gegeten, worden sevillanas gedanst en bevriende casetas bezocht. Vanaf negen uur wordt er feest gevierd.
|
|